Veilig vaccineren bij hond en kat
Vaccineren bij honden en katten: voordelen, risico’s en alternatieven
Er bestaan veel verschillende meningen over vaccineren bij dieren. Een standaardadvies is lastig, omdat de juiste aanpak afhangt van het individuele dier, de omgeving en de specifieke gezondheidsrisico’s. Vaccineren heeft zowel voordelen als nadelen, en steeds meer diereigenaren zoeken naar een gebalanceerde aanpak.
Waarom vaccineren?
Vaccinaties activeren het immuunsysteem door ziektekiemen (verzwakte of gedode virussen en bacteriën) toe te dienen, waardoor het dier antistoffen opbouwt en beter beschermd is tegen infecties. Dit helpt om ernstige ziekten, zoals hondenziekte, parvo, kattenziekte en niesziekte, te voorkomen of de symptomen te verminderen.
Toch heeft een vaccinatie een behoorlijke impact op het lichaam van een dier. Veel eigenaren onderschatten deze belasting. Bij vaccinatie worden vaak meerdere virussen en bacteriën tegelijk ingespoten, samen met hulpstoffen die het immuunsysteem extra moeten prikkelen. Dit is een onnatuurlijke belasting, omdat de ziekteverwekker niet via de natuurlijke route (slijmvliezen) binnendringt, maar direct in de bloedbaan terechtkomt.
Hoe reageert het immuunsysteem op een vaccinatie?
Normaal gesproken komt een dier in de natuur in contact met ziekteverwekkers via de slijmvliezen van de neus, mond en ogen. Hier biedt het lichaam al een eerste afweerreactie, waardoor veel pathogenen direct worden opgeruimd.
Bij een vaccinatie wordt deze natuurlijke barrière overgeslagen. Dit kan een stressreactie veroorzaken, waarbij het immuunsysteem zonder waarschuwing ineens geconfronteerd wordt met meerdere ziekteverwekkers en hulpstoffen. Hierdoor ontstaat een verhoogde afscheiding van het stresshormoon cortison, wat het immuunsysteem tijdelijk onderdrukt. Dit fenomeen, ook wel het “knock-down” effect genoemd, kan ervoor zorgen dat het dier de weken na de vaccinatie extra vatbaar is voor infecties.
Bovendien worden bij vaccinaties vaak meerdere ziekteverwekkers tegelijk toegediend. In de natuur komt een dier zelden met meerdere ziekten tegelijkertijd in aanraking. De combinatie van verschillende vaccins leidt tot een nog intensievere prikkeling van het immuunsysteem, wat kan resulteren in een nog sterkere stressreactie en een verhoogd risico op bijwerkingen.
Duur van immuniteit: hoe lang werkt een vaccin?
Onderzoeken van veterinair immunoloog Dr. Ronald Schultz tonen aan dat de immuniteit na vaccinatie vaak veel langer duurt dan wordt aangenomen. Veel vaccins bieden waarschijnlijk levenslange bescherming, ondanks de gangbare richtlijn om honden en katten eens in de drie jaar opnieuw te vaccineren.
De minimale beschermingsduur volgens challenge- en serologiestudies is:
• Hondenziekte: 7 jaar (challenge) / 15 jaar (serologie)
• Parvovirus: 7 jaar (challenge & serologie)
• Adenovirus (HCC): 7 jaar (challenge) / 9 jaar (serologie)
• Hondsdolheid: 3 jaar (challenge) / 7 jaar (serologie)
Bij katten is een vergelijkbare langdurige immuniteit aangetoond voor:
• Kattenziekte (panleukopenie): 7+ jaar
• Niesziekte (calicivirus en herpesvirus): varieert, mogelijk enkele jaren
• Rabiës: vergelijkbare bescherming als bij honden
Dr. Schultz ontdekte dat meer dan 95% van de gevaccineerde honden zelfs na 7 jaar nog beschermd was. Langer onderzoek werd niet gedaan, maar het is waarschijnlijk dat de immuniteit zelfs nog langer aanhoudt. Dit betekent dat veel dieren onnodig vaak gevaccineerd worden.
Dr. Jean Dodds waarschuwde al in 2009 voor het gevaar van overvaccinatie: als een dier al beschermd is, kan extra vaccinatie de immuniteit niet verder verhogen, maar wel het risico op bijwerkingen vergroten. Overvaccinatie kan leiden tot auto-immuunziekten en overgevoeligheidsreacties.
Overvaccinatie en risico’s
Naast het feit dat vaccinatie niet altijd nodig is, zijn er ook mogelijke risico’s verbonden aan overmatig vaccineren:
• Immuunsysteembelasting: Overstimulatie van het immuunsysteem kan leiden tot allergieën en auto-immuunziekten.
• Bijwerkingen: Mogelijke bijwerkingen variëren van milde reacties (zoals sloomheid en koorts) tot ernstige problemen, zoals allergische reacties, ontstekingen en orgaanschade.
• Vaccine-associated sarcoma (VAS) bij katten: Dit is een kwaadaardige tumor die kan ontstaan op de injectieplaats, met name bij katten. Daarom wordt aangeraden om vaccinaties op specifieke plaatsen toe te dienen (zoals in de poot) om in geval van complicaties een amputatie mogelijk te maken.
• Doseringsproblemen: Alle honden en katten krijgen dezelfde hoeveelheid vaccin, ongeacht hun grootte. Een Chihuahua van 2 kg krijgt dus dezelfde dosis als een Sint Bernard van 70 kg. Kleine dieren lopen hierdoor een verhoogd risico op bijwerkingen.
Wanneer vaccineren?
• Alleen gezonde dieren mogen gevaccineerd worden. Een vaccinatie legt een zware belasting op het immuunsysteem en kan schadelijk zijn voor dieren die al verzwakt of ziek zijn.
• Vermijd onnodige cocktailvaccinaties. Stem de vaccinatie af op de werkelijke behoefte van het dier en overweeg om niet alles in één keer te laten injecteren.
• Overweeg natuurlijke ondersteuning voor en na vaccinatie. Dit kan helpen om het immuunsysteem te ondersteunen en mogelijke bijwerkingen te verminderen.
Alternatieven voor overvaccinatie
1. Titeren: Dit is een bloedtest die meet of een dier nog voldoende antilichamen heeft. Als een dier beschermd is, hoeft het niet opnieuw gevaccineerd te worden. Dit voorkomt onnodige vaccinaties en bijwerkingen.
2. Aangepaste vaccinatieschema’s: Afhankelijk van het individuele dier, de leefomgeving en het infectierisico kan een dierenarts adviseren om minder frequent of alleen tegen specifieke ziekten te vaccineren.
3. Niet vaccineren: Sommige eigenaren kiezen ervoor om bepaalde vaccins helemaal over te slaan. Dit brengt echter risico’s met zich mee en is alleen verantwoord als uit een titerbepaling blijkt dat het dier nog voldoende bescherming heeft.
Maak een bewuste keuze
Niet elke ziekte vereist vaccinatie. Het lichaam bouwt op natuurlijke wijze weerstand op, en een gezonde leefstijl versterkt het immuunsysteem. Overweeg natuurgeneeskundig advies en titerbepalingen om vaccinaties op maat af te stemmen.
Wettelijke verplichtingen en keuzemogelijkheden
In Nederland is vaccineren niet verplicht, behalve voor hondsdolheid (rabiës) bij dieren die naar het buitenland reizen. Dit betekent dat eigenaren zelf mogen beslissen over het vaccinatieschema van hun hond of kat.
Met de opkomst van titerbepalingen hebben eigenaren nu meer mogelijkheden om een weloverwogen keuze te maken. Door te meten in plaats van blind te vaccineren, kunnen dieren beter beschermd worden tegen ziekten zonder onnodige gezondheidsrisico’s.
Conclusie
Vaccineren blijft belangrijk om ernstige ziekten te voorkomen, maar de frequentie en samenstelling van vaccins moeten kritisch bekeken worden. Onderzoek toont aan dat veel vaccins een langdurige bescherming bieden, en dat overvaccinatie kan leiden tot bijwerkingen en onnodige belasting van het immuunsysteem.
Door alternatieven zoals titerbepalingen te overwegen en vaccinatieschema’s aan te passen op het individuele dier, kunnen diereigenaren een gebalanceerde en verantwoorde keuze maken voor de gezondheid van hun hond of kat.
Op de website dierenvaccins.nl staat nog meer informatie over de keuze om wel of niet te vaccineren bij honden.
Heeft u vragen neem contact met ons op.